加载中...
加载中...
Heb je de vaatwasser al uitgeruimd?
你已经把洗碗机清理了吗?
Nee, nog niet. Ik ben naar de supermarkt geweest.
还没有。我去了趟超市。
Ik heb boodschappen gedaan.
我去买了东西。
Oké, dan ruim ik de vaatwasser uit.
好的,那我来清理洗碗机。
Ben je ook naar de bakker gegaan?
你也去面包店了吗?
Ja, ik heb brood en melk gekocht.
去了,我买了面包和牛奶。
De kinderen zijn al naar school gegaan.
孩子们已经去上学了。
Goed zo. Vanavond kook ik.
很好。今晚我做饭。
Kun jij de wassen doen?
你能洗衣服吗?
Natuurlijk, dat doe ik wel.
当然,我来洗。
Heb je de ramen al gelapt?
你已经擦窗户了吗?
Wie doet de afwas vanavond?
今晚谁洗碗?
Ik heb vandaag al genoeg gedaan!
我今天已经做了够多了!
We doen het huishouden altijd samen.
我们总是一起做家务。
家庭,住户
De kosten hangen af van de grootte van uw huishouden.
费用取决于您的家庭人数。
打扫/清洁
Ik maak elke zaterdag het huis schoon.
我每周六打扫房子。
洗碗机
Heb je de vaatwasser al uitgeruimd?
你已经把洗碗机清理了吗?
吸尘
Ik moet nog stofzuigen vandaag.
今天我还需要吸尘。
拖地
De vloer is vies. We moeten dweilen.
地板脏了。我们得拖地。
洗衣服
Kun jij vandaag de was doen?
今天你能洗衣服吗?
买菜/购物
Ik heb vanmorgen boodschappen gedaan.
今天早上我去买了东西。
做饭
Vanavond kook ik een lekkere maaltijd.
今晚我做一顿好吃的。
超市
Ik ga naar de supermarkt voor melk en brood.
我去超市买牛奶和面包。
市场/集市
Op de markt zijn groenten vaak goedkoper.
在集市上蔬菜通常更便宜。
面包师/面包店
Ik ga naar de bakker voor vers brood.
我去面包店买新鲜面包。
屠夫/肉店
De slager heeft goed vlees.
肉店的肉很好。
蔬菜
Ik heb verse groenten gekocht op de markt.
我在市场买了新鲜蔬菜。
牛奶
Een liter melk kost hier €1,19.
一升牛奶在这里卖1.19欧元。
做
Wat heb je vandaag gedaan?
你今天做了什么?
看/看见
Heb je dat programma gezien?
你看了那个节目了吗?
拿/乘坐
Ik heb de trein genomen.
我坐了火车。
给
Ze heeft me een cadeau gegeven.
她给了我一个礼物。
写
Schrijf tussen de vijftig en honderd woorden.
写五十到一百个词。
去/将要(计划)
We gaan naar Frankrijk.
我们要去法国。
来
Mijn moeder is gisteren gekomen.
我妈妈昨天来了。
搬家
We zijn vorige maand verhuisd.
我们上个月搬了家。
清洁/大扫除
Zaterdag is schoonmaakdag.
周六是大扫除日。
清理/腾空
Ruim de vaatwasser uit, alsjeblieft.
请把洗碗机清理一下。
洗碗
Wie doet vanavond de afwas?
今晚谁洗碗?
地板
De vloer is nat, pas op!
地板湿了,小心!
窗户
Heb je de ramen al gelapt?
你已经擦窗户了吗?
任务分工
We hebben een goede taakverdeling.
我们有一个好的任务分工。
一起
We doen het huishouden samen.
我们一起做家务。
整洁的
Het huis ziet er heel netjes uit.
房子看起来很整洁。
Ik ben naar ... geweest.
我去了……。
Heb je ... al ...?
你已经……了吗?
Ik heb ... gedaan.
我做了……。
... zijn naar ... gegaan.
……去了……。
Kun jij ... doen?
你能做……吗?
Wie doet ...?
谁做……?
We doen ... altijd samen.
我们总是一起做……。
De kinderen zijn naar school gegaan.
孩子们已经去上学了。(zijn + gegaan,位置变化)
We zijn verhuisd naar een groter huis.
我们搬到了一个更大的房子。(zijn + verhuisd)
Hij heeft een brief geschreven.
他写了一封信。(hebben + 不规则过去分词 geschreven)
Zij is naar de markt gegaan om groenten te kopen.
她去市场买菜了。(zijn + gegaan + om...te)
In ons gezin doen we het huishouden samen. Mijn man kookt meestal, want hij is een goede kok. Ik doe vaak de was en het schoonmaken. Onze dochter van tien ruimt de vaatwasser uit en maakt haar eigen kamer schoon. Op zaterdag doen we altijd samen de grote schoonmaak. Dan stofzuigen we, dweilen we en doen we de ramen. Het is veel werk, maar het huis ziet er daarna altijd heel netjes uit.
在我们家,我们一起做家务。我丈夫通常做饭,因为他是个好厨师。我经常洗衣服和打扫。我们十岁的女儿负责清理洗碗机和整理自己的房间。周六我们总是一起大扫除。我们吸尘、拖地、擦窗。活很多,但之后家里总是很整洁。
"Ik ben naar de winkel gegaan."为什么用"zijn"而不是"hebben"?
"doen"(做)的过去分词是什么?
"boodschappen doen"是什么意思?
填写正确的助动词:De kinderen ___ naar school gegaan.
De kinderen ___ naar school gegaan.
填写正确的过去分词:Ze heeft een brief ___. (schrijven)
Ze heeft een brief ___.
填写正确的过去分词:Hij heeft me een cadeau ___. (geven)
Hij heeft me een cadeau ___.
请将词语排列成正确句子:我去了超市,买了东西。
请将词语排列成正确句子:她去市场买菜了。
请将词语排列成正确句子:谁洗的碗?
你听到了什么?请选择正确的中文意思。
De kinderen zijn al naar school gegaan.
Ik heb boodschappen gedaan.
我去买了东西。
Ruim de vaatwasser uit, alsjeblieft.
请把洗碗机清理一下。
Het huis ziet er heel netjes uit.
房子看起来很整洁。
Een stel praat over het huishouden.
Sophie: Heb je de vaatwasser al uitgeruimd?
Mark: Nee, nog niet. Ik ben naar de supermarkt geweest. Ik heb boodschappen gedaan.
Sophie: Oké, dan ruim ik de vaatwasser uit. Ben je ook naar de bakker gegaan?
Mark: Ja, ik heb brood en melk gekocht. De kinderen zijn al naar school gegaan.
Sophie: Goed zo. Vanavond kook ik. Kun jij de wassen doen?
一对情侣在讨论家务。
索菲:你已经把洗碗机清理了吗?
马克:还没有。我去了趟超市。我去买菜了。
索菲:好的,那我来清理洗碗机。你也去面包店了吗?
马克:去了,我买了面包和牛奶。孩子们已经去学校了。
索菲:很好。今晚我做饭。你能洗衣服吗?
用zijn的动词通常表示:位置变化或状态变化。
| 现在时 | 过去分词 | 现在完成时 | 中文 |
|---|---|---|---|
| gaan(去) | gegaan | Ik ben naar de winkel gegaan. | 我去了商店。 |
| komen(来) | gekomen | Zij is net gekomen. | 她刚来了。 |
| opstaan(起床) | opgestaan | Ik ben vroeg opgestaan. | 我早起了。 |
| vertrekken(出发) | vertrokken | De trein is vertrokken. | 火车已经开了。 |
| 动词原形 | 过去分词 | 现在完成时 | 中文 |
|---|---|---|---|
| doen(做) | gedaan | Ik heb het huishouden gedaan. | 我做了家务。 |
| zien(看) | gezien | Heb je de film gezien? | 你看过那部电影了吗? |
| nemen(拿) | genomen | Ik heb de bus genomen. | 我坐了公交车。 |
| geven(给) | gegeven | Hij heeft me een cadeau gegeven. | 他给了我一个礼物。 |
| schrijven(写) | geschreven | Ze heeft een brief geschreven. | 她写了一封信。 |
1. Ik ben naar de supermarkt geweest en heb boodschappen gedaan.
我去了超市,买了东西。
2. Heb je de ramen al gelopen?
你已经擦窗户了吗?(注:ramen lopen = 擦窗户的荷兰俗语)
3. Zij is naar de markt gegaan om groenten te kopen.
她去市场买菜了。
4. De kinderen zijn naar school gegaan.
孩子们已经去上学了。
5. Wie heeft de afwas gedaan?
谁洗的碗?
6. We zijn verhuisd naar een groter huis.
我们搬到了一个更大的房子。
荷兰家庭中的家务分工非常平等,这与荷兰社会的平等价值观一致。根据荷兰统计局的数据,荷兰男性在做家务方面位居欧洲前列。荷兰人常用的家务分配方式包括制作"taakverdeling"(任务分工表)。荷兰还有个有趣的表达:"de handen uit de mouwen steken"(撸起袖子干活),意味着积极主动地干活。
文本:
In ons gezin doen we het huishouden samen. Mijn man kookt meestal, want hij is een goede kok. Ik doe vaak de was en het schoonmaken. Onze dochter van tien ruimt de vaatwasser uit en maakt haar eigen kamer schoon. Op zaterdag doen we altijd samen de grote schoonmaak. Dan stofzuigen we, dweilen we en doen we de ramen. Het is veel werk, maar het huis ziet er daarna altijd heel netjes uit.
在我们家,我们一起做家务。我丈夫通常做饭,因为他是个好厨师。我经常洗衣服和打扫。我们十岁的女儿负责清理洗碗机和整理自己的房间。周六我们总是一起大扫除。我们吸尘、拖地、擦窗。活很多,但之后家里总是很整洁。
问题:
1. Wie kookt meestal in het gezin?(家里谁通常做饭?)
2. Wat doet de dochter?(女儿做什么?)
3. Wanneer doen ze de grote schoonmaak?(他们什么时候大扫除?)
答案:
1. De man/vader kookt meestal.(丈夫/父亲通常做饭。)
2. De dochter ruimt de vaatwasser uit en maakt haar kamer schoon.(女儿清理洗碗机和整理自己的房间。)
3. Op zaterdag doen ze de grote schoonmaak.(周六他们大扫除。)